Op het moment dat ik deze column schrijf is het de start van de 90e jaarlijkse Boekenweek met als titel: JE MOERSTAAL. Hieronder wordt de taal ver­ staan waarin je spreekt, schrijft, dicht, vloekt, zingt, juicht of liefhebt. Het kan plat zijn, streek­ taal, dialect of ABN.

Ik heb op school en in mijn op­ leiding geleerd altijd te spreken in Algemeen Beschaafd Nederlands. Maar als ik mij ergens druk over maak, bijvoorbeeld positief als Ajax heeft gewonnen en negatief bij de vele vormen van geweld in onze samenleving, dan verloochen ik mijn afkomst nooit: Amsterdammer van geboorte. Dit is vaak herken­ baar aan een bepaald woordgebruik, bijvoorbeeld ‘het zal me worst wezen’, ‘moppie’, ‘krijg de ko­lere’.
Als pastor is een onderdeel van mijn beroep en vak, dat ik regelmatig op zondag in de kerk en bij andere gelegenheden zoals rouw, trouw en doop het woord voer.

Een bepaald onderdeel hiervan wordt overweging genoemd of anders gezegd preek. Soms lijkt het alsof ik het uit de losse pols doe omdat ik mijn woorden meestal niet van papier aflees, maar de waarheid is toch wel even anders. Ik bereid mij altijd goed voor, want ik moet weten waar het over gaat: er wordt vaak uitgegaan van vastgestelde en voorgeschreven teksten. Naast bestudering hiervan (exegese, wat uitleg bete­ kent) speelt ook de context een belangrijke rol. De context is dat­ gene wat er bij een bepaalde
gebeurtenis nog meer meespeelt, en dat betrek ik er in mijn overweging altijd bij.

Gelukkig heb ik het vermogen gekregen om dit voor de luisteraar min of meer spon­taan te kunnen doen. Daar geniet ik altijd van en het verveelt mij, ook na ruim vijftig jaar pastor­ schap, nog steeds niet. Dit heb ik wel moeten le­ren in mijn opleiding. Het was zelfs een apart vak: homiletiek, oftewel preekkunde.
Tot zover maar even over mijn moerstaal. Wat is uw moerstaal?

pastor Jan Adolfs

Vergelijkbare berichten